‘Met het gevoel, met het hart, kan men evenzeer begrijpen.’ (Rudolf Steiner)

Van klas 1 tot en met klas 4 hebben de kinderen dezelfde klasleraar die hen voorgaat in hun weg. Dat voorgaan mag je letterlijk nemen, want het is de leraar die telkens laat zien hoe we iets doen. Een mooie rij vormen na de speeltijd waarbij iedereen op zijn of haar plekje staat. Het opruimen van je bank als het tijd is om te eten,… Wanneer zulke zaken routine worden, komt er aandacht vrij en ontstaat er rust. Dit zijn juist de voorwaarden om te komen tot leren.

Als het binnen de klasgroep rommelt, is het de leraar die misschien even een briesende tweedeklasser laat afkoelen op de bank om daarna samen af te spreken hoe de vrede opnieuw tot stand kan komen.

Wanneer de kinderen in de derde klas plots ’s nachts last krijgen van nachtmerries of de angst om verlaten te worden zo reëel wordt, is het de leraar die voorgaat en vol bezieling het juiste verhaal vertelt. Een gevoel wordt benoemd en herkend. ‘Ik ben niet de enige die zich zo kan voelen’, mijmert die derde klasser dan.

En dan plots, als donderslag bij heldere hemel, klinkt er in de 4de klas een eerste vorm van kritiek. Kinderen kijken naar hun leraar en ontmoeten hem precies voor het eerst. Bepaalde gewoontes of stopwoorden worden ze ineens gewaar. De leraar is niet meer de koning op een troon maar blijkbaar gewoon mens. Een 4de klasser voelt ineens een duidelijk verschil tussen zichzelf en de ander. Ook nu gaat de leraar weer voor. Het is tijd om elk kind aan te spreken op zijn eigen kunnen. Laat het nu maar zien, want ik weet wat diep in jou verborgen zit. Vanuit dit vertrouwen groeien de kinderen en zetten ze hun eerste echte stappen in de wereld.