De eerste graad van het secundair onderwijs (de middenbouw) bereidt de leerlingen voor op het echte leerwerk in de aso bovenbouw. De stap naar het abstracte redeneren wordt gezet en in het vak ‘leren leren’ krijgen leerlingen begeleiding voor huistaken en studiewerk.

Ook het beeldende en gevoelsmatige aspect speelt nog een belangrijke rol.  Terwijl de leerkracht de inhoud vertelt, verruimen de leerlingen hun blik op de wereld van ontdekkingen, volkeren en uitvindingen. Ze illustreren de leerinhoud in hun schriften om de theorie ook een beeld te geven. Het inlevingsvermogen en het levendig denken worden zo verder ontwikkeld en de leerlingen groeien naar meer zelfstandigheid.

De titularis geeft het merendeel van de periodevakken en is gedurende twee leerjaren de vaste waarde voor de leerlingen. Vakleerkrachten dompelen de leerlingen onder in hun specialiteit (talen, muzikale opvoeding, plastische opvoeding, hout, handwerk, lichamelijke opvoeding, … )
Dit alles gebeurt met bijzondere aandacht voor het denken, voelen en willen.